ZIJN PLEK

Hij kon zich nog goed het moment herinneren waarop hij de deur van zijn ouderlijk huis met een ferme knal voorgoed achter zich dichttrok. Boos, teleurgesteld en intens verdrietig.

Vlak voordat hij weg liep  had hij nog een uiterste doch vergeefse poging gedaan om gezien en gehoord te worden. En dat was eigenlijk wat hij het liefste wilde:’zie mij!’

Geboren in een groot gezin waar hij nummer 5 in de rij was en na hem nog 2 kwamen. ‘Een rijke familie’, zo zei iedereen die van buitenaf het tafereel aanschouwde wanneer ze met zijn allen op zondag richting de kerk liepen. Vader trots voorop en moeder sloffend maar fier als laatste in de rij en daartussen de lange kinderrij.

En hij haatte dat. Hij haatte het in de rij lopen, hij haatte het ‘opzitten’ in de kerk, hij haatte de vrome blik op zijn vaders gezicht en hij haatte het idee om daarna weer naar huis te moeten. Naar de plek die voor buitenstaanders ogenschijnlijk veilig en warm aandeed en die voor hem soms als een wakkere nachtmerrie aanvoelde wanneer hij moest vechten voor zijn plek en iedere keer merkte dat hij naar de zijlijn werd geduwd.

Hij leek op oom Gerard fluisterde zijn moeder ooit op een schermachtige zondagmiddag in de late nazomer van het jaar waarin hij 6 jaar was geworden. Oom Gerard was het zwarte schaap van de familie en over hem werd nooit gesproken en gaandeweg zijn leven realiseerde hij zich dat over hem ook nooit werd gesproken. En al helemaal niet met hem.

‘ Echte mannen huilen niet’ … nee, dát was hem wel duidelijk geworden op die ene zondagmiddag in mei toen hij hevig bloedend aan zijn hoofd na een heftige ontmoeting met zijn oudste broer, steun en warme armen zocht bij zijn vader en werd afgewezen met die tegeltjeswijsheid. Echte-mannen-huilen-niet.

En op dat moment, toen de grond onder zijn voeten schudde van het besef dat hij helemaal alleen was en de liefde die hij zo nodig had niet kreeg, besloot hij om nooit meer te voelen. En dat kwam goed uit, want over gevoel werd thuis niet gesproken. Het was een ongeschreven regel, zoals er wel meer waren. En al die ongeschreven regels, alle geboden en verboden zetten hem in een keurslijf waardoor het laatste sprankeltje spontaniteit na verloop van jaren uitdoofde en niet meer wist of hij voor- of achteruit moest gaan. En dus verroerde hij zich niet.

Uiterlijk onberoerd en van binnen een dolende ziel. Vastgelopen op alle terreinen van zijn leven en letterlijk stilgezet door een forse burn-out. Hij wist zowel thuis als op zijn werk niet meer wat zijn plek was en zijn interne levenslange verlangen om gezien te worden was in conflict geraakt met zijn permanente neiging om zich klein en onzichtbaar te maken.

Zijn verlangen won en door systemisch naar zijn situatie te kijken ontdekte hij welke plek hij al die tijd had ingenomen en dat deze plek niet van hem was en hem niet langer diende,. Hij nam bewust de plek in die hem toebehoorde. Een plek die -de weg openlegde naar vrijheid, zichtbaarheid en authenticiteit.

WEET JIJ WAT JOUW PLEK WERKELIJK IS?